6. Op weg naar de Gobi

8 september 2024

Iedereen die mij een warm hart toedraagt heeft mij geadviseerd om deze reis niet alleen te ondernemen en vrienden te maken zodat ik onderweg iemand had om op terug te vallen. Dit heb ik pertinent geweigerd, omdat ik de trip niet wil laten afhangen van een ander en je op heel korte termijn moet beslissen met wie je nou eigenlijk de woestenij induikt. Dat was voor mij simpelweg geen optie.

Het is hier nu nacht. De zon is onder, de sterren schitteren, maar het belangrijkst: de wind is gedraaid. Nu ziet het er naar uit dat ik eraan moet geloven. Ik ga met een team.

Na landing op het vliegveld stond ik bij de bagageband waar ik werd aangesproken door een gozer die mijn helm gaaf vond. Hij deed zelf ook mee aan de monkey run en we zijn samen opgetrokken op vrijdag. Poras (40) is een advocaat in Dubai geweest en volgt nu zijn zoveelste masterstudie in Duitsland, waar hij naartoe is vertrokken voor de liefde. We hebben het enorm naar ons zin gehad op vrijdag, maar het was ons beiden duidelijk dat we de trip onafhankelijk van elkaar zouden ondernemen ( hij gaat via het oosten en ik via het westen). Op de zaterdagavond hebben we elkaar opnieuw ontmoet bij een informele kennismakingsbijeenkomst voor de rally rijders. 

Hier heb ik Artem (40 -1dag) en Andrej (40+) ontmoet. Twee Russische heren met een enorm goed gevoel voor humor en een lever waar je U tegen zegt. Andrej is een ruwe bolster met een zachte pit. Hij is het type dat met z'n donderende lach onbedoeld een kamer stil krijgt. Maar ook degene die wel in is voor een geintje. Artem daarentegen heeft meer weg van een professor in de bio-farmaceutische wetenschappen. Dat weet ik, want hij is ook een professor in de bio-farmaceutische wetenschappen. 

Artem viert zijn 40e verjaardag op de startdag van de rally en zoals gebruikelijk sleurt hij elk jaar Andrej ergens mee naartoe. Toffe gozers die de rit samen uitrijden.

Daarnaast heb ik ook een boel Australiërs, Noren en Amerikanen ontmoet, maar de persoon die er het meest uitstak was een tengere Japanner van 20, genaamd Kaito. 

Kaito schudde me hartelijk de hand en stelde zichzelf voor als "Hi I'm Kaito, I'm looking for a teammate". Hier had ik geen boodschap aan en ik maakte lichtzinnig de opmerking dat een van de Noren en misschien Poras ook wel een teamgenoot zoeken, mits ze dezelfde kant op willen gaan.

Na een halfuur durende discussie tussen verschillende Australiërs, Noren, Poras en mijzelf over de beste aanrijroute viel me op dat Kaito nog geen enkel woord had gesproken, terwijl wij het ene na het andere betoog afstaken om iedereen ervan te overtuigen dat wij allen op onze beurt de beste cartograaf waren die de wereld ooit heeft gekend. Uiteraard met een flinke korrel zout: ikzelf heb nog nooit een kompas of kaart gebruikt en een van mijn gesprekspartners kwam er na een tirade van een halfuur achter dat hij het verschil tussen Oost en West niet compleet begrepen had. Een zooitje ongeregeld dus.

Na de bijeenkomst ging iedereen zijn weg en Poras en ik liepen dezelfde kant uit omdat we van elkaar wisten dat we die kant op moesten. Kaito sloot aan en tijdens een gesprek naar de juiste kant van de stad, in een soort jeugdig enthousiasme, liet hij blijken dat hij echt echt echt niet alleen wilt gaan. Want.... Hij heeft geen tent meegenomen (!!). Op het moment dat we dit hoorden was het al zaterdag 23:00 en de bus zou ons 08:00 oppikken in de stad. 

Er viel niets meer aan te doen want hij had dit gewoon moeten regelen in de voorafgaande weken, maar daar koop je niets mee in zo'n moment. Snel schakelend op zoek naar een oplossing vond ik dat het warenhuis in de stad om 08:00 open zou gaan wat ons nog enkele minuten gaf om een tent voor Kaito te scoren - uiteraard wel tegen de hoofdprijs. Grappend, in een poging het luchtig te houden liet ik hem weten dat hij wel naast me mag kruipen in mijn tent zolang hij maar niet begint te knuffelen! We hadden afgesproken om vandaag om 07:45 bij het warenhuis te staan met zn drieën zodat Poras en Kaito de tent konden halen terwijl ik buiten de spullen zou bewaken. 

Zoals je hierboven al gelezen hebt was ik al heel vroeg op pad om te genieten van het ochtendgloren, maar om 07:50 waren ze er beiden nog niet... Om 08:00 had ik mijn spullen als eerste al ingeladen en om 08:05 kwam Poras op z'n gemakkie aankakken. (En ik dacht dat ik onvoorbereid was). Weemoedig verklaarde hij dat de winkel op zondag pas om 10 uur opening dus er ook niets meer aan te doen viel, ik had het wel met hem te doen maar we vroegen ons ook allemaal af wat hij nou precies verwachtte van deze hele rally aangezien hij alleen is komen aanzetten met een slaapzak en motorhelm. 

Zonder nog meer in detail te treden en teveel op de man te spelen vat ik samen: Poras en de Russen hebben in mijn afwezigheid besloten om een team van 5 samen te stellen, zodat Kaito inderdaad bij mij kan logeren en zij zijn andere tekortkomingen enigzins kunnen opvangen (voedsel, kleding, gereedschap, geld). Het is wat het is en ik ben er tevreden mee. Het is niet bepaald hoe een van ons allen het zich had voorgesteld, maar het is wel het juiste om te doen. Bovenal gaat veiligheid boven alles en wij met z'n vijfjes zijn allen ook beter af op deze manier. Motorrijden verbroedert en dat is nu heel mooi zichtbaar geworden. 

Het plan zoals de Russen zich het hebben bedacht is om mijn route (op afstand) te volgen en elk avond samen kamp op te slaan. Kaito heeft elke avond de keus om bij een van ons te komen liggen of bij een lokale ger aankloppen wat op zich ook geen straf is. Maar hij is wel een van ons, dus als hij in ger wil liggen zullen wij dat ook met hem doen - en eventueel buiten de ger een kamp opzetten als er niet genoeg ruimte is. 

Momenteel schrijf ik dit verhaal ook vanuit een ger waar we met z'n vijfjes liggen. Een ongewoon gezelschap dat normaliter hoogst onwaarschijnlijk met elkaar in contact gekomen zou zijn, maar dat omvat misschien ook wel de hele essentie van de trip naar Mongolië. Hulp en kameraadschap komt immers vaak uit onverwachte hoeken.

Andrej wilde een geintje uithalen en vroeg mij om de helm van Artem ook vol te plakken wanneer Artem niet keek. Maar wie een kuil graaft voor een ander... Dus heb ik onschuldig Ja geknikt en de helm van Andrej volgeplakt met stickers van Frozen en Eenhoorns. Morgen staat hem iets te wachten als hij de helm uit zn hoes haalt. 

Daarnaast hebben we vandaag meerendeel in de bus gezeten onderweg naar de Gobi woestijn. Het was afzien... De temperatuur in de bus was tropisch en het asfalt onder de bus was Belgisch. Het enige voordeel is dat er al gauw van de gebaande paden afweken en daarna urenlang overwoekerde zandsporen volgden. Urenlang reden we voort en onderweg kwamen we enorme kuddes wilde paarden en kamelen tegen. Een enkele keer liep er een recalcitrante kameel uit protest zelfs tegen de bus. Zoiets moois zie je niet vaak en zelfs nu leek het allemaal surrealistisch. 

Op ongeveer 45 minuten verwijderd van ons kamp in de Gobi woestijn (het heet hier "white stupa" zoek het alsjeblieft op! Het is in het echt nog vele male mooier dan de street view afbeeldingen doen geloven) begon de bus enorm te piepen. En dit was geen mechanisch gepiep, nee dit was echt het type gepiep dat je hoort in een f16 wanneer je op het punt staat uit de lucht geschoten te worden. "Houston, we have a problem". 

De buschauffeur gooide meteen de bus stil - ja dat kan gelukkig gewoon in de woestijn. En al gauw sprong iedereen uit de bus voor een plaspauze en om de adembenemende vlakte in zich op te nemen. Weinig hadden echter door dat er echt iets mis was met de bus. Na een plaspauze voegde ik me bij een Australiër die parttime ingenieur en parttime boer is - zo gaat dat daar nu eenmaal. En even daarna stonden de Australiër en ik naast de buschauffeur. Alledrie met een aftastende houding, hopende dat er ergens een onderdeel zou oplichten met een opschrift "ik ben kapot, vervang mij". 

Uiteraard ging het niet zo makkelijk, maar de buschauffeur legde toen uit dat de koelslang van de radiator niet goed bevestigd was door een slangklem die moeilijk deed. Dus de slangklem aandraaien zou de klus moeten klaren. Zo gezegd, zo gedaan. Althans, dat dachten we... De slangklem was dolgedraaid en inmiddels hadden alle kapiteinen op het schip zich achter de bus verzameld om als zijnde koning Arthur met een magische kracht de slangklem wèl aan het werk te krijgen. Iedere volgende kapitein was er heilig van overtuigd dat de vorige kapitein het niet op de juiste manier had geprobeerd en nadat ook zijn poging afketste kreeg je een geklaag te horen over hoe het lag aan de kwalitatief ondermaatse Mongoolse slangklemmen etc. of een variatie op bovengenoemde situatieschets. Achja, je kent het wel, het fragiele mannelijke ego, we zijn er allemaal wel eens schuldig aan. 

Met gepaste trots wil ik jullie echter bescheiden mededelen dat de uiteindelijke oplossing uit mijn tas is gekomen: die Action tyreps en temu spanbanden (dunne zwarte) van de voorgaande foto's hebben uiteindelijk hun taak vervuld door samen met de defecte slangklem de slang op de plaats te houden. Ik opper niet dat de anderen het niet gekund hadden, maar ik wil wel even laten weten dat in de annalen opgenomen zal moeten worden dat ondergetekende kapitein de oplossing heeft geleverd op een zinkend schip met een dertigtal andere kapiteinen. 

Overigens strijk ik nu rijkelijk met de eer omdat ik weet dat dit mijn absolute hoogtepunt zal zijn op de reis wat betreft het uitvoeren van reparaties. 

Nadat het gefixt was, moesten we allen ons water opofferen om het expansievat weer op peil te krijgen. Zodoende heeft iedereen zijn laatste reserves leeggegooid onder het valse voorwendsel dat er water te kopen was bij het kamp. Dat bleek echter onjuist: ze hadden alleen bier en toen dat er ook doorheen was moesten we overgaan op Jägermeister, je kan je wel voorstellen dat de sfeer er lekker in zat hier! 

Ook heb ik kortstondig kennis gemaakt met de monkeys - wat zijn ze klein in het echt! Maar dat verhaal bewaar ik tot morgen want er is hier geen stroom en mijn batterij is bijna leeg. Misschien lukt het nog net om wat foto's bij te voegen, maar die zal ik dan dumpen en niet in de tekst plaatsen.

Ik heb er geen batterij voor maar ik voeg ook wat videos toe van een ritje dat ik maakte in een Bukhanka. Eenmaal bij het kamp dook iedereen de tent in op zoek naar water of bier. Verderop zal ik de prachtige gestrande Sovjet bus terwijl de inzittenden aan het sleutelen waren. Ik vroeg de bestuurders of ik kon helpen met het vervangen van de binnenband en ze lachten met vriendelijk uit en klaarden de klus binnen 15 minuten. Toen ik wegliep kwam hij achter me aan en vroeg of ik te gast wilde zijn in zijn oude Soviet bus. Uiteraard stapte ik in bij de vreemde meneer - zo heb ik het immers vanuit huis geleerd. En vanwege de taalbarrière communiceerden we alleen met elkaar door te giechelen als een stel schoolvriendinnetjes uit groep 8 elke keer dat mijn hoofd het plafond raakte wanneer we over een zandkuil vlogen met 100km/u. Ik kan het iedereen aanraden en ik zou het zo weer doen. In een Bukhanka door de Gobi scheuren met een wildvreemde is iets wat ik nu eindelijk van m'n bucketlist kan strepen.

Gr. Shiv vanuit een ger in de Gobi woestijn 

3 Reacties

  1. Radjen Manurat:
    11 september 2024
    Heerlijk die droge woestijn humor van je!
    Ik ben geen lezer, maar dit zijn leuke columns 😇
  2. Camel_farmer:
    14 september 2024
    Hello you drive my camel he die now you pay money
  3. Frits:
    3 oktober 2024
    mooi geschreven kapitein!